Universaliseerbaarheid

Een derde voorstel is dat een aankoop van besmette kleding niet universaliseerbaar is, en dat we daarom moeten boycotten.

Om te bepalen of handelingen universaliseerbaar zijn, moeten we volgens de beroemde Kantiaanse test nagaan of we onze doelen nog kunnen behalen in een wereld waarin iedereen hetzelfde zou doen.

Voorbeeld. Als iedereen over de vluchtstrook zou rijden om snel in te kunnen halen, dan zou de vluchtrook vol staan en kun je niet meer snel inhalen. Daarmee is je gedrag niet universaliseerbaar. Je gaat ervan uit dat anderen geen gebruik maken van de vluchtstrook, en daarmee maak je een uitzondering voor jezelf.

Of stel je hebt geen zin om je talenten te ontwikkelen omdat je alleen maar televisieseries wil kijken (een variant op een voorbeeld van Kant zelf). En stel je dan voor dat iedereen dat zou doen: niemand zou nieuwe ondernemingen starten, leren acteren, verhalen schrijven, of muziek componeren. In zo’n wereld kun je geen televisieseries kijken (ze worden immers niet gemaakt), en daarmee is je gedrag niet universaliseerbaar. Je gaat ervan uit dat anderen hun talenten wel ontwikkelen, en daarmee maak je een uitzondering voor jezelf.

Helaas is dit niet direct toepasbaar op consumeren. Stel dat iedereen besmette kleding zou kopen omdat de print daarop mooier is. Zo’n wereld zou vol zitten met uitbuiting. Maar in zo’n wereld kan je nog steeds je doel behalen: de kleding met de print bezitten.

Of stel dat je de besmette kleding koopt om geld en moeite te besparen. De eerlijke alternatieven vallen duurder uit, en zijn moeilijker te verkrijgen. Zolang je in een wereld waarin iedereen hetzelfde doet niet zelf aan het werk wordt gezet kan je, zo lijkt het, nog steeds je doel behalen: geld en moeite besparen.

Kortom, het is nog maar de vraag of en wanneer we moeten boycotten via deze benadering.

Meer? Ik geef onderwijs over dit probleem op de VU, en werk aan een boek waarin ik oplossingen verdedig tegen bezwaren als bovenstaande.

terug