Excuses

“Er is geen goed alternatief voor uitbuiting; werkloosheid is erger.”

De gedachte is dat als bedrijven hun producten ergens anders laten maken, de mensen zonder werk zitten; wat erger is.

Echter, hieruit volgt het niet dat er geen gradaties van uitbuiting zijn. Er is wel degelijk een verschil tussen betere en slechtere werkomstandigheden, en in dat opzicht maakt het dus uit welke producten we steunen.

“Het is legaal om de betreffende producten te kopen.”

Zoals we sinds een uitspraak van de Nederlandse Rechtbank in 2007 weten, bestaat er geen wetgeving op basis waarvan we vervolgd kunnen worden als we chocolade kopen die door slaven is gemaakt (zie tony’s chocolonely en video).

Maar dit wil niet zeggen dat het niet immoreel is, en dat we anders zouden moeten handelen op morele gronden.

“Ik ben niet verantwoordelijk; bedrijven en overheden zijn dat.”

Je kunt denken dat enkel bedrijven die de producten maken en de overheden die de zaken controleren (hier, of in de landen van herkomst) iets te verwijten valt.

Maar het is te makkelijk om de schuld zomaar door te schuiven. Immers: wij kiezen welke producten we steunen door ze wel of niet te kopen.

“Ik kan niets aan de situatie veranderen.”

Wat maakt het nu uit wat je koopt? Hoewel grote groepen consumenten misschien een verschil kunnen maken is de invloed van een individu verwaarloosbaar.

Je zou natuurlijk invloed kunnen uitoefenen door zelf fairtrade alternatieven op te zetten (of door informatie over werkomstandigheden op te zoeken en beschikbaar te maken), maar dat is nogal veel gevraagd.

Wat je in ieder geval wel kan doen is je favoriete winkels en merken vragen naar de werkomstandigheden, en ophouden zelf aan slavernij bij te dragen door de betreffende producten niet meer te kopen.

“Ik kan niet anders; er zijn geen alternatieven.”

Dit verschilt van product tot product. Voor sommige producten zijn er nauwelijks fairtrade alternatieven (denk aan computers), voor andere zijn ze al gangbaar (zoals koffie en chocolade) of in opmars (zoals kleding en smartphones).

Zulke alternatieven zijn niet direct onproblematisch.

Allereerst kunnen we niet blind vertrouwen op de labels. Niet alle fairtrade boeren blijken werkelijk meer geld te krijgen voor hun koffie (volkskrant). Maar dit betekent natuurlijk niet dat alle fairtrade initiatieven onsuccesvol zijn.

Ten tweede zijn fairtrade producten doorgaans net iets duurder en minder makkelijk verkrijgbaar. Toch is het dan de vraag of je je levensstijl niet kan veranderen en minder tijd en geld aan andere zaken kan besteden. (Natuurlijk kan niet iedereen zich dit permitteren.)

“Ik wist hier niets van; er is nauwelijks informatie.”

Toch is er steeds meer informatie beschikbaar.

In april 2013 stond het in alle kranten dat een grote kledingfabriek in Bangladesh was ingestort. Er waren meer dan 1000 doden, vele gewonden, en in het puin lagen labels van bekende westerse merken (volkskrant).

Dit is geen uitzonderlijk geval, en tot vandaag schijnt er weinig veranderd te zijn (vprokoppenfashion revolutionschone kleren campagnethe guardian, walkfree).

Of neem het nieuws over de dood van de vijftienjarige Shi Zhaokun in een Applefabriek in China (trouw).

Op basis van zulke berichten is het te verwachten dat er zo’n verhaal kleeft aan veel van de producten die we in ons bezit hebben. Al met al kunnen we ons niet zomaar verschuilen achter onze onwetendheid.

Wat nu?

Noot: een verkorte versie van bovenstaande tekst verscheen in Trouw 30/12/13